RAVregio12: De meldkamer

navigatie:

Home
Algemeen
Actueel
Meldkamer
Standplaatsen
Wagenpark
GHOR
Ketenpartners
Technologie
Film
Nieuwsbrief
Links
Contact
Disclaimer

 

 

 

 

 

 

 

De meldkamer Ambulance regio Kennemerland

De meldkamer: spin in het web

De spin in het web van de ambulancezorg in de regio is de meldkamer. Hier komen de meldingen binnen, worden ambulances gealarmeerd, incidenten gecoördineerd én hulp geboden. Hieronder geven we u een beeld van de dagelijkse gang van zaken bij de meldkamer.

De Centrale Post Ambulancevervoer (CPA) of Meldmaker Ambulance (MKA) is tegenwoordig onderdeel van het MICK: Meld- Informatie- en Coördinatiecentrum Kennemerland. Het MICK is gevestigd in Haarlem, op dezelfde locatie als de Brandweer, GGD en de andere onderdelen van de Veiligheidsregio Kennemerland. Er is sprake van een gecoloceerde meldkamer: centralisten van brandweer, politie en ambulance zitten bij elkaar in een gezamenlijke ruimte. Per dag komen er bij de centralisten ruim 120 meldingen binnen. Voor lang niet elke melding is ook daadwerkelijk een ambulance nodig. Sommige telefoontjes kunnen worden doorverwezen naar de huisarts of is medische hulp ter plaatse (nog) niet nodig.

1-1-2 en dan?

Wanneer men met een mobiele telefoon 112 belt, krijg je eerst de meldkamer in Driebergen aan de lijn. Deze centralist verbindt een beller dan door naar de meldkamer van de desbetreffende regio. Deze centralist vraagt vervolgens wat er aan de hand is en waar. Hij of zij probeert zich een beeld te vormen van de situatie, waarna de urgentie van de rit wordt bepaald. Vervolgens stuurt de centralist de ambulance op weg. Maar daar blijft het meestal niet bij. Vaak worden ook andere hulpdiensten gealarmeerd, zoals de politie. Verder geeft de centralist instructies aan de melder om de tijd die een ambulance erover doet zinvol te gebruiken. Deze instructies kunnen heel verschillend zijn, afhankelijk van de situatie. Men kan adviseren om de ambulance buiten op te vangen, maar ook uitleggen hoe iemand te reanimeren. Soms houdt de centralist de melder aan de lijn totdat de ambulance arriveert, soms hangt men op nadat de instructies gegeven zijn. Altijd wordt de melder gevraagd terug te bellen wanneer de situatie verslechtert.

Tijdens het uithoren van de melder wordt de melding ingevoerd in het Meldkamersysteem. De rit verschijnt in het scherm als een uit te voeren inzet. Vervolgens wordt de rit aan een ambulance gekoppeld (bij een spoedrit meestal de dichtstbijzijnde) waarna de alarmering verstuurd wordt. De ambulance rukt uit en krijgt van de centralist vervolgens alle informatie.

Met de verschillende systemen van de meldkamer kan de centralist exact zien waar de ambulance zich bevindt en wat de status van de ambulance is. Als een ambulance ter plaatse is, zal het team (meestal de chauffeur) de meldkamer informeren over de situatie. Ondanks het uithoren van de melder kan de situatie ter plaatse toch altijd afwijken van wat in eerste instantie werd gedacht. Het ambulanceteam kan vervolgens vragen om assistentie (van bijvoorbeeld een tweede ambulance, politie of brandweer), of deze juist afbestellen. De meldkamer zal deze eenheden dan inlichten. Wanneer voor de patiënt een gespecialiseerd ziekenhuis of afdeling nodig is, zal dit desgewenst door de meldkamer geregeld worden. Zo kan bij aankomst in het ziekenhuis er al specialistische hulp klaarstaan om de patiënt verder te behandelen. Als een ambulance zich weer vrijmeldt, bekijkt de centralist of er misschien al weer een nieuwe rit is voor deze ambulance of dat deze terug kan naar de post.

Besteld vervoer

Naast 112-meldingen krijgt de meldkamer ook veel aanvragen voor besteld vervoer. Besteld vervoer of B-vervoer is al het liggend ziekenvervoer waar geen spoed bij is. Een voorbeeld is een patiënt die in een ziekenhuis is uitbehandeld en overgeplaatst wordt naar een revalidatiecentrum. Een ander voorbeeld zijn mensen die van het ene ziekenhuis naar het andere moeten worden overgeplaatst (bijvoorbeeld vanwege plaatsgebrek, specialistische behandeling, verbetering of verslechtering van de toestand). Voor het B-vervoer staat geen tijdslimiet. Het besteld vervoer kan tot op zekere hoogte worden gepland, afhankelijk van de drukte in een gebied. B-vervoer wordt niet via 112 aangevraagd maar via een ander nummer, speciaal voor alle niet-spoed-telefoontjes.

Rood gebied? Voorwaarde Scheppend!

Ambulancezorg is heel onvoorspelbaar. Weliswaar kan het besteld vervoer tot op zekere hoogte gepland worden, maar spoedmeldingen kunnen altijd en overal voorkomen. Het kan ook gebeuren dat er in het Noorden van de regio heel veel 112-meldingen binnenkomen, terwijl er in het Zuiden heel weinig spoedaanvragen zijn. Het kan dan gebeuren dat alle ambulances van een post aan het rijden zijn.

Wanneer een ambulance er langer over doet om in een bepaald gebied te komen dan de wettelijke norm van 15 minuten, wordt dit gebied rood op de kaart van de regio. De centralist ziet dit en kan besluiten een ambulance naar dit gebied te sturen om te zorgen dat de ambulance weer op tijd komt in dit gebied. Dit wordt ‘voorwaarde scheppend’ genoemd of VWS. Een centralist stuurt vaak een andere ambulance uit de regio naar een centraal punt, maar men kan ook besluiten een naburige regio om hulp te vragen. Zo blijft ambulancezorg binnen 15 minuten gehandhaafd.

De Centralisten

De centralisten van de meldkamer zijn allemaal gediplomeerd verpleegkundige. Daarnaast hebben zij een eenjarige specialistische opleiding gevolgd, waar de centralisten is geleerd hoe om te gaan met ICT en communicatieapparatuur. Verder zijn de centralisten middels de opleiding getraind om via de telefoon een situatie in te schatten, melders te instrueren en mensen te kalmeren. Centralisten worden – net als het ambulancepersoneel – regelmatig bijgeschoold, zowel landelijk als regionaal.

Technologie is van levensbelang

Om optimale ambulancezorg te bieden en te coördineren, is de meldkamer uitgerust met verschillende systemen en technieken. De belangrijkste technologische hulpmiddelen worden besproken op een speciale pagina…

 

 

© 2009 112ijmondmedia